Stellenstof · Artikel
Hij doet wat je vraagt. En toch voelt het alsof jij alles draagt. Dat verschil zit niet in de taken, maar in wie eraan moet denken.
“Kun jij straks nog even luiers halen?” “Tuurlijk.” Tien minuten later stuur je nog een appje: “Vergeet ook de billendoekjes niet en de fruithapjes zijn bijna op.” Even later volgt er nog één: “O ja, de reservekleren op de opvang moeten ook mee terug.” Je geliefde doet precies wat je vraagt. En toch bekruipt je aan het einde van de dag het gevoel dat jij alles doet.
Dat is een verwarrend gevoel, want als je eerlijk bent doet je geliefde veel. Hij haalt boodschappen, brengt de kinderen naar bed en staat zonder mopperen op als de baby ’s nachts huilt. Toch voelt het soms alsof jij degene bent die het gezin draaiende houdt. Hoe kan dat?
Het verschil tussen doen en dragen
Het antwoord zit vaak niet in de taken die jullie doen, maar in de verantwoordelijkheid die jullie dragen. Er is een verschil tussen iets doen en ergens aan moeten denken. De één haalt de luiers, de ander weet dat ze bijna op zijn. De één brengt de baby naar het consultatiebureau, de ander heeft de afspraak gemaakt, de groeicurve bijgehouden en bedacht dat er een schone romper mee moet. De één koopt een cadeautje voor een kinderfeestje, de ander wist dat er een kinderfeestje aankwam.
Aan de buitenkant lijken jullie allebei druk. Aan de binnenkant draagt één van jullie steeds vaker het gezin in zijn of haar hoofd.
Bijna geen enkel stel organiseert dit bewust zo. Het begint vaak juist met liefde: de één neemt iets over omdat de ander moe is, de ander laat iets los omdat de één het toch al geregeld had. Een keer, nog een keer en nog een keer, totdat niemand zich meer herinnert hoe het ooit anders ging.
“Zeg maar wat ik moet doen”
Lars en Marieke herkenden dat meteen toen ze bij mij aan tafel zaten. Lars zei: “zeg maar wat ik moet doen, dan doe ik het.” Hij bedoelde het behulpzaam. Marieke hoorde iets anders, zij hoorde: “jij blijft degene die moet bedenken wat er moet gebeuren.”
Dat is een wereld van verschil. Wie steeds moet bedenken wat er nodig is, draagt een verantwoordelijkheid die nauwelijks zichtbaar is. Je onthoudt welke maat schoenen de kinderen hebben, je weet dat de zonnebrand bijna op is, je denkt aan de traktatie, de reservekleren, het consultatiebureau, de zwemles en de verjaardag van oma. Er is geen moment waarop je dat lijstje bewust aanzet, het draait de hele dag op de achtergrond.
Dat maakt ook dat de vraag “waarom zeg je het dan niet gewoon?” vaak pijnlijk binnenkomt. Want het verlangen is helemaal niet dat de ander doet wat jij vraagt.
Het verlangen is dat de ander óók gaat zien wat er nodig is.
Herken je dit als man, dan kan het voelen alsof je geliefde overal iets van vindt, alsof ze steeds opnieuw moet zeggen wat er nog moet gebeuren. Dat kan aanvoelen als kritiek, alsof je het nooit goed doet. Luister dan eens voorbij het klagen. Vaak gaat het helemaal niet over de luiers, de boodschappen of de vuilnisbak. Het gaat over de verantwoordelijkheid die zij al die tijd alleen heeft gedragen, niet omdat jij niets doet, maar omdat zij degene is geworden die alles moet blijven zien.
Herken je juist als vrouw eerder dat je denkt, laat maar, ik doe het zelf wel, dan speelt er vaak iets anders mee. Het gaat sneller, je wilt zeker weten dat het goed gebeurt, of je hebt na al die keren vragen de moed een beetje verloren. Dat is begrijpelijk, maar ook verraderlijk. Want iedere keer dat jij de verantwoordelijkheid weer naar je toetrekt, wordt het voor de ander moeilijker om hem over te nemen. Zonder dat je het wilt, houden jullie het samen zo in stand.
De taken verdelen is niet genoeg
Veel stellen proberen dit op te lossen door de taken eerlijker te verdelen. De één doet de was, de ander kookt, de één brengt de kinderen weg, de ander haalt ze op. Dat helpt, maar het raakt niet de kern. Je kunt alle boodschappen afwisselen en nog steeds degene zijn die eraan moet denken dat de melk op is. Je kunt om de beurt naar de opvang rijden en nog steeds degene blijven die weet welke knuffel vandaag absoluut mee moet.
Taken kun je verdelen.
Verantwoordelijkheid voelt pas eerlijk als je haar samen draagt.
En misschien is dat wel de grootste verschuiving die je kunt maken: niet vragen “wie doet er eigenlijk meer?”, want die vraag eindigt bijna altijd in een rekensom.
Vraag liever: wie draagt er op dit moment meer? Dat gesprek gaat niet over gelijk krijgen. Het gaat over zichtbaar maken wat tot nu toe onzichtbaar bleef en alleen dat kan al enorm opluchten.
Niet omdat vanaf morgen alles precies vijftig vijftig verdeeld hoeft te zijn. Dat is ook helemaal niet het doel. Het doel is dat jullie allebei weer ervaren dat het gezin niet op de schouders van één van jullie rust, maar op die van jullie samen.
Want uiteindelijk verlangen maar weinig mensen naar meer hulp. Ze verlangen naar iemand die het leven samen met hen draagt.
Jullie hoeven niet eerst vast te lopen om stil te staan bij wat er tussen jullie gebeurt.

